(voor een nog betere ervaring lees je dit met de stem van sir Richard Attenbourough)
De grote wittereuzentrek is weer begonnen, een jaarlijks weerkerend prachtig schouwspel, dat alleen maar goed te bestuderen valt in het zuiden van Europa.
U kent vast de gigantische gnoeien-trektocht in Afrika of de fatale lemmingentochten in het noorden. Sommigen hebben uiteraard al gehoord van de coïtus interruptus : het terugtrekvogeltje.
De wittereuzentrek is een recenter fenomeen. Zij Die Het Kunnen Weten vermoeden dat het ergens in de tweede helft van de 20ste eeuw begon. Aarzelend. Hier en daar een exemplaar. Wellicht hebben ze zich de afgelopen 50 jaar behoorlijk kunnen voortplanten - we vermoeden dat ze geen natuurlijke vijanden hebben - want we lijken vast te kunnen stellen dat het er elk jaar meer zijn, al zouden we daarvoor eens een serieuze wetenschappelijke telling moeten organiseren. Helaas zijn we daar te lui voor.
De wittereuzentrek is een recenter fenomeen. Zij Die Het Kunnen Weten vermoeden dat het ergens in de tweede helft van de 20ste eeuw begon. Aarzelend. Hier en daar een exemplaar. Wellicht hebben ze zich de afgelopen 50 jaar behoorlijk kunnen voortplanten - we vermoeden dat ze geen natuurlijke vijanden hebben - want we lijken vast te kunnen stellen dat het er elk jaar meer zijn, al zouden we daarvoor eens een serieuze wetenschappelijke telling moeten organiseren. Helaas zijn we daar te lui voor.
De grote wittereuzentrek is veel minder gekend, maar niet minder indrukwekkend, met vele tienduizenden exemplaren die zich langzaam voortbewegen in het dorre landschap.
Elk jaar rond deze tijd begint hij : de grote wittereuzentrek. Logge witte reuzen (Lat. magna movens domum alba) bewegen zich traag voort door het gehele zuiden van Europa, het zijn schijnbaar solitaire elementen die toch elke avond op verschillende plaatsen elkaar opzoeken rond drenkplaatsen, om de volgende ochtend weer aan een langzame en eenzame tocht door het bloedhete landschap te beginnen. Vermoedelijk eten ze zo veel, dat ze niet op dezelfde plaats kunnen grazen. De daaropvolgende avond herhaalt zich het fenomeen, de witte kolossen zoeken elkaar weer op om in de beschutting van de nacht wellicht proberen te paren.
De grote trek begint elk jaar ergens in mei. Eerst aarzelend. Het is altijd reikhalzend uitkijken naar het eerste exemplaar, vaak al in maart of april. Kwatongen beweren zelfs al exemplaren gespot te hebben in februari, maar dat zou stoef of gepoch kunnen zijn. Net zoals foto's van het monster van Loch Ness, valt het nog maar te bewijzen dat een grote witte reus zich al in volle winter in deze regio zou voortbewegen.
En net zoals die eerste zwaluw de lente niet maakt, maakt de eerste witte reus de zomer niet. Het is pas na de paasvakantie dat het écht begint.
De reuzen hebben één groot oog vooraan, waar verschillende pupillen in lijken te zitten. Maar ook hier tasten we nog in het duister, misschien zijn het wel parasieten die zich te goed doen aan het oogvocht. Verder hebben ze naast hun grote oog twee kleine vreemde reflecterende voelsprieten. Opzij en achteraan hebben ze vreemde, haast doorschijnende rechthoekige vlekken. Meestal een soort bruinige tint op de verder kraakwitte vacht. Die kraakwitte vacht lijkt wel een wintervacht te zijn, want de meeste exemplaren komen uit het hoge noorden. Die witte vacht komt natuurlijk van pas in de sneeuwlandschappen van België, Duitsland en Nederland. De meeste vorsers vermoeden namelijk dat de dieren uit die regio komen.
Heel af en toe zie je er eentje met vreemde kleuren op de vacht, dat is dan vast een genetische afwijking.
Soms zie je dat achter een grote witte reus een kleintje met zijn slurf de staart van zijn mama beetpakt en probeert te volgen. Deze exemplaren bewegen zich uiteraard nog langzamer voort, het kleintje moet immers meekunnen.
De kolossen maken gretig gebruik van de vele wegen die de mens aanlegde, want ze lijken zich met voorkeur een weg te banen over drukke wegen, waar veel verkeer voortraast. Het lijkt wel alsof ze zich comfortabeler voelen tussen de vele auto's met toeristen die zich in de zomermaanden op de lokale omwegen plachten voort te bewegen. Al is van voortbewegen op zo'n momenten vaak geen sprake. De witte reuzen stoppen soms zonder enige waarschuwing, waarschijnlijk om te grazen of te rusten en dan gaan ze braken en blijkt dat ze mensen opgeslokt hebben. We vermoeden dat dat per ongeluk gebeurd zou kunnen zijn, zoals de walvis die Jona opslokte.
Soms slaan ze links of rechts af zonder acht voor het verkeer. De dieren beseffen natuurlijk niet wat dat is, verkeer, en van richtingaanwijzers heeft zo'n beest natuurlijk nog nooit gehoord. Het is aan de inboorling om zich aan te passen aan hun gedrag, niet andersom.
Het is als local niet altijd gemakkelijk om samen te leven met de witte reuzen. Ze zijn log, traag, groot, onvoorspelbaar en wij moeten dringend naar ons werk, de supermarkt of een andere hoogst oninteressante plaats. Als inlander moeten we ons wel aanpassen, want pogingen om de witte reuzen aan te sporen sneller te gaan of ze gewoon aan de kant te proberen drukken hebben vaak een omgekeerd effect : de witte reus gaat zich zenuwachtig gedragen en nog langzamer en onvoorspelbaarder bewegen.
Er zit weinig anders op dan het seizoen van de wittereuzentrek gelaten te ondergaan. Gelukkig zijn het vriendelijke reuzen, er zijn weinig tekenen dat ze snel een eenzame automobilist zouden aanvallen. Fietsers moeten echter wel af en toe uitkijken, want de witte reuzen lijken ondanks dat grote oog vooraan toch niet zo heel goed te zien.
De evolutie heeft deze grote witte reuzen van heel vreemde poten voorzien. Op elk van de vier hoeken hangt er eentje tot op de grond. Deze poten zijn bijna perfect cirkelvormig en zwart. Sommige heel grote exemplaren hebben zelfs zes poten. Wellicht evolutionair geëvolueerd, ook daar zou nog wat onderzoek gedaan moeten worden.
Het lijkt ook dat hoe groter het dier, hoe langzamer en onhandiger het wordt.
We raken langzamerhand gewend aan de grotereuzentrek. Veel anders dan een kwartier eerder vertrekken om op tijd te zijn voor je afspraak zit er niet op in de zomer.
We kijken wel uit naar het einde van de zomer, ergens eind september lijkt de grote trek weer uit te doven. De meeste exemplaren trekken dan terug noordwaarts om daar de oorspronkelijke bewoners te ambeteren.

