Het staat weer voor de deur en dit jaar willen we het mysterie van de grote trek van l'aoûtiste (ook l'aoûtier genoemd) onthullen. Jarenlange studies, onderzoeken en navorsingen hebben uitgewezen dat l'aoûtiste elk jaar in augustus massaal trekgedrag vertoont. Zodoende presenteren wij u:
(stem van Peter Cremer* aan)
De Grote Trek van l'Aoûtiste
Op aarde vinden elk jaar onverklaarbare migraties plaats. De walvissen die van het noorden naar het zuiden zwemmen en dan terug, de gnoeien in Afrika die zich tijdens hun trek met ware doodsverachting tussen de kokodrillen van de Zambezi gooien, de zwaluwen en de op rust gestelden die de winter in Benidorm doorbrengen en het vooral bij jongeren geliefde terugtrekvogeltje (Lat. coitus interruptus) dat meestal op zondag voor het zingen buiten de kerk plaatsvindt. Dat laatste overigens niet te verwarren met het trekvogeltje (Lat. masturbari) dat enkel onder mannelijke (Lat. manibus) exemplaren voorkomt. Dat laatste niet te verwarren met het TREKvogeltje**, dat zich in kleine kuddes van 8 à 9 exemplaren over asfaltwegen voortbeweegt.
Elk jaar in augustus voltrekt zich een klein wonder: de grote trek van l'aoûtiste. De grote trek van l'aoûtiste is totnogtoe minder uitgebreid bestudeerd. Dat is jammer, want elk jaar in augustus trekt l'aoûtiste in massale getale van het noorden naar het zuiden. Dat is bijzonder, aangezien de meeste andere diersoorten de trek omgekeerd volbrengen. Zij reizen net in de koudere periodes zuidwaarts. De massale trek van l'aoûtiste heeft wellicht te maken met een onweerstaanbare drang en andere duistere motieven. De meeste aoûtisten hebben hun vaste pleisterplaats in een regio die onder geografen bekend staat als Het Noorden van Frankrijk. Het is zeer belangrijk om een onderscheid te maken met de juilletiste (ook juillettard), die uit andere Europese streken komt en veel minder streken blijkt te vertonen dan l'aoûtiste (zie verder).
Veel trekdieren kiezen een periode van enkele dagen of weken om zich op pad te begeven, l'aoûtiste kiest één dag om te vertrekken. In 2018 verwachten waarnemers dat de trektocht naar het zuiden op zaterdag 4 augustus zal vallen. De signalen zijn duidelijk. De terugtocht vindt wel iets meer gespreid plaats. Ook daar tast men nog in het duister waarom de terugtocht nooit op weekdagen plaatsvindt, maar steevast op zaterdag. L'aoûtiste lijkt nochtans heel erg op een weekdier. De meeste aoûtisten trekken zich terug na exact twee of drie weken. Uitzonderlijk ziet men enkele specimen na vier weken terugtrekken (oh, grow up!). In tegenstelling tot een veel kleinere migratie in september (le septant), nemen de meeste aoûtisten hun jongen mee op trektocht. We vermoeden dat dit te maken heeft met een bij de mens vergelijkbare gezelligheid. Een andere mogelijkheid: het kan bescherming bieden tegenover predatoren. Net zoals vogels, vissen of gnoeien zit de kracht van de aoûtiste niet zozeer in zijn intelligentie, dan wel in zijn aantal.
Tellingen zijn ruw en aantallen moeilijk te schatten. De meeste onderzoekers hebben het over enkele honderdduizenden exemplaren, maar sommigen spreken van verscheidene miljoenen.
Daar waar vele trekdieren zich tot één manier van voortplanten -excuseer- voortbewegen beperken, heeft l'aoûtiste zijn trektocht gediversifieerd. Ze verplaatsen zich zowel over land, door de lucht als over water. Dat is uniek in de natuur.
Laten we deze drie manieren even onder de loupe nemen. Elke manier heeft voor- en nadelen en veel aoûtisten lijken overtuigd dat de door hen verkozen wijze van voortbeweging de beste is. We vermoeden - maar dat moet verder onderzoek uitwijzen - dat de verscheidenheid aan aanpak zorgt voor een grotere overlevingskans van de soort.
De eerste mogelijkheid is over land. Dit is niet de snelste, noch de meest rustgevende, laat staan de veiligste tocht. Heel wat aoûtisten trekken langs drie grote routes zuidwaarts. De bekendste is de Route du soleil, een afgrijselijk lelijke en vooral erg lange route. Het grote voordeel van deze route is dat l'aoûtiste gevaarlijke départementales en spuuglelijke rotondes kan vermijden. Ondanks de lengte van de route verkiezen de meeste aoûtisten om deze op één dag af te leggen. Heel veel trekdieren leggen grote afstanden in korte tijd af, maar doen dat zo snel mogelijk. L'aoûtiste geeft om een onverklaarbare reden de voorkeur aan een langzame trek. Of toch op zijn minst een trek met zeer onregelmatige snelheden. We vermoeden dat het met één of andere vorm van sociaal gedrag te maken heeft, want op sommige stukken van het traject vlokken duizenden routiers samen in lange en uitgestrekte stilstaande periodes. Wellicht worden deze periodes aangegrepen om te rusten of de jongen op te eten.
De trek kan in extreme gevallen bijna 24 uur in beslag nemen. Voor een mens komt het bizar over, maar l'aoûtiste en tevens de juilletard lijken het bijzonder fijn te vinden om in de blakke zon verscheidene uren stil te staan.
Duizenden aoûtisten vlokken onderweg samen
Nog een voordeel van de Route du soleil is dat er verscheidene drenkplaatsen aanwezig zijn. L'aoûtiste die zich over land verplaatst heeft een vreemd wezen gedomesticeerd dat zijn (vet)reserves kan dragen. Het lijkt wel alsof l'aoûtiste erin geslaagd is om net als de intelligente mens (Lat. homo sapiens sapiens) grote dieren in ruil voor voeding en beschutting te temmen en hem zo over land te verplaatsen.
Een tweede gewoonte om de trek te volbrengen is door de lucht. Deze trekwijze levert enkele uren tijdwinst op, maar vreet veel meer energie. In tegenstelling tot l'aoûtiste die zich te land begeeft, moet l'aoûtiste te lucht zijn reserves voor een groot stuk zelf verplaatsen. Deze reserves lijken dan op bepaalde nestplaatsen geofferd te worden aan grote vogels die in ruil l'aoûtiste en de eerder vernoemde reserves opslokken. Bij vroege studies dachten wetenschappers dat dit gedrag vergelijkbaar was met dat van lemmingen die zich vrijwillig van de rotsen gooiden. Het was een mysterie waarom een diersoort zich vrijwillig door een andere laat opeten. Later onderzoek maakte duidelijk dat de kleine wezens na enkele uren door de grote vogels uitgebraakt worden. Bij de aoûtisten die zich over water verplaatsen werd een gelijkaardig gedrag vertoond. Wetenschappers spreken van het Jonaendewalvis-syndroom (Lat. balaena di Jona).
De trek over water is minimaal en moet nog verder bestudeerd worden.
Dramatische beelden. Een mannelijk exemplaar van l'aoûtiste is aangespoeld en probeert krampachtig terug de zee te bereiken.
Het gebrek aan natuurlijke vijanden op de zomerpleisterplaats lijkt ook op te wegen tegen de gevaren van de trek. Elk jaar komen enkele tientallen exemplaren onderweg aan hun einde. De lastdieren gaan soms onverklaarbare, maar heel hevige en korte gevechten aan, die meestal resulteren in enkel verliezende partijen. De lastdieren lijken heel potig, maar dat is schijn. In werkelijkheid is hun pantser erg week. Wellicht dient hun glanzende uiterlijk enkel om hun meestal mannelijke begeleiders te lokken. Het is algemeen bekend dat veel begeleiders verblind worden door het uiterlijk van de lastdieren en hun glanzende vacht belangrijker vinden dan hun praktisch nut en draagkracht. Vooral mannelijke aoûtisten blijken dus gevoelig aan die schone schijn, maar er zijn gevallen bestudeerd waarbij vrouwelijke exemplaren zich laten leiden door het uiterlijk van het lastdier.
Het is overduidelijk dat de regio waar ze zich in augustus bevinden rijk is aan voedsel en drank. Het is dan ook bijna zeker dat l'aoûtiste naar het zuiden trekt om extra krachten en vetreserves op te bouwen, naast het copuleren om jongen op de wereld te kunnen zetten.
Het baltsgedrag van de aoûtiste bestaat erin om zich van de wintervacht te ontdoen en bijna kaal te paraderen. Enkele kleine stukjes vacht verdwijnen niet, tenzij bij een speciaal exemplaar van l'aoûtiste: de Capd'Agdiste (ook Agathois, Lat. homo nudisto), waarbij de wintervacht volledig verdwijnt. Bij sommige vrouwelijke exemplaren verdwijnt meer wintervacht dan bij andere. De wetenschap tast nog in het duister waarom de melkklieren van sommige wijfjes getoond worden. Misschien proberen wijfjes zonder jongen op die manier jongen van andere wijfjes te lokken.
Een periode van multiculturele uitwassen breekt aan. Duizenden aoûtisten willen copuleren met hun wijfje of als ze nog geen wijfje hebben proberen ze er eentje te lokken. Onderzoekers denken dat de exemplaren met de grootste vetreserves het populairst zijn bij de vrouwelijke exemplaren. Veel aoûtisten verkleuren ook tijdens het verblijf in hun zomerpleisterplaats van een soort bijna doorschijnend roze naar glanzend rood. Ook hier vermoeden wetenschappers dat het bij de balts hoort.
Mannetje vertoont baltsgedrag om wijfjes te lokken. Twee wijfjes zijn geïnteresseerd en gaan over tot een gevecht waarbij de winnaar met het mannetje mag copuleren.
Een mannetje en een wijfje rusten uit na de copulatie. Uit deze zeldzame beelden blijkt duidelijk dat glanzende rode mannetjes meer succes hebben dan lichtroze exemplaren.
Veel mannetjes brengen kleine geschenkjes naar de wijfjes, in de hoop hun paringsgedrag te kunnen beïnvloeden. Onderzoek wijst uit dat de beste manier om wijfjes te lokken grote hoeveelheden vloeistof zijn. Verder onderzoek van deze vloeistoffen moet nog uitwijzen of ze van toepassing zouden kunnen zijn in de medische wetenschap.
Het blijkt ook dat - in tegenstelling tot veel andere diersoorten - de vrouwtjes mooier zijn dan de mannetjes.
Het blijkt ook dat - in tegenstelling tot veel andere diersoorten - de vrouwtjes mooier zijn dan de mannetjes.
De inheemse dieren zijn niet opgezet met de aankomst van l'aoûtiste. Er ontstaan vaak conflicten omdat l'aoûtiste probeert om met inheemse exemplaren te copuleren. De inheemse soorten profiteren desondanks massaal van de overvloed en offerandes die l'aoûtiste met zich meebrengt, maar ze laten tegelijk niet na om hun ongenoegen te etaleren over het onbeschofte gedrag en de vreemde - vaak nachtelijke - lokroep van l'aoûtiste. Inheemse soorten verplaatsen zich bij voorkeur aan overdreven snelheid en de massale aanwezigheid van l'aoûtiste zorgt ervoor dat ze hun maandelijks minimum aan overtredingen niet kunnen behalen en zodoende minder kans maken bij lokale wijfjes.
De meeste aoûtisten keren na een periode van vraatzucht en copulatie terug naar hun oorspronkelijke nest. Ze kunnen verscheidene kilo's aankomen. Na een draagtijd van 280 dagen werpen veel wijfjes nieuwe jongen ter wereld. Het baltsgedrag en de kleine geschenkjes tijdens de trekperiode zijn dus duidelijk erg vruchtbaar.
* wie niet weet wie Peter Cremer is kijkt niet genoeg naar EveNaar
** haha, wielermopje





