In België woonde ik af en toe een concertje bij. In concertjaar 2011 bijvoorbeeld meer dan 1 per week.
Vorige week vertoefden we in zaal
Paloma te Nîmes, alwaar de fantastische band Deerhunter ten dans speelde. Ze werden voorafgegaan door Atlas Sound, een soloproject van de zanger van Deerhunter die een wereldvreemd alterego neerzette. Eenmaal Deerhunter op het podium stond was van die wereldvreemdheid niets meer te merken en was Bradford Cox de perfecte gastheer voor een avondvullend programma met muziek en af en toe een kwinkslag. Het concert liep behoorlijk uit, maar had wat ons betreft nog veel langer mogen doorgaan.
In het licht van de afgelopen dagen wist ik niet goed of ik me onveiliger zou voelen in een concertzaal, maar daar viel helemaal niets van te merken. Als er één ding is dat Fransen goed kunnen is het op een terras zitten en doen alsof er niets aan de hand is.
Donderdag begaf ik mij naar Toulouse voor een optreden van het olijke duo Lightning Bolt. De band maakt een geweldige rotherrie. Blijkbaar kwam de manager van het hotel aan de overkant van de straat vragen om het wat stiller aan te doen. Iets wat tot hilariteit in de zaal leidde (concerten van Lightning Bolt zorgen steevast voor een stijging van de aandelen van oordopjesfabrikanten) en een opmerking van de drummer dat ze die ene noot - die blijkbaar erg vervelend resoneerde in het hotel - absoluut opnieuw moesten weten te raken.


Er liggen enkele concertzalen van wereldklasse in Toulouse, Montpellier en Nîmes. De meeste artiesten laten deze regio links liggen en dan is Barcelona de dichtstbijzijnde optie. 260 km voor een optreden, het is nogal ver, maar onlangs lieten we ons toch verleiden tot ver rijden voor een optreden van Sufjan Stevens. Soms is het jammer dat bijvoorbeeld een Oneohtrix Point Never alleen België, Engeland en de VS aandoet, maar meestal is het niet zo heel erg dat pakweg De Kreuners in het koude noorden blijven. Sedert we in Frankrijk wonen is de hoeveelheid concerten die we bijwonen drastisch afgenomen vanwege de afstanden. Misschien nog goed dat niet elke artiest naar hier afzakt.
Wat ook opvalt is de voorliefde van de Fransen voor Belgische artiesten. Arno is al eeuwenlang een vaste waarde op Franse podia, maar ook de nieuwe lichting vindt makkelijk haar weg naar het zuiden. Oscar en de wolf trad twee weken geleden op in Paloma voor 6 euro per ticket (iedereen die 50 euro betaalde om Max Colombie wat in het Sportpaleis te horen neuzelen voelt zich nu vast redelijk belachelijk). Milow en Selah Sue zijn hier ongeveer even bekend als in België en vullen zalen van een paar duizend man. Soms mogen Belgische artiesten onder hun kerktoren blijven. (Een lichtpuntje in tijden van terreuralarmen: het optreden van Milow in Monpellier volgende zondag werd geannuleerd.)
Ook andere - zelfs obscure - Belgische bands als Front 242, Scylla, BRNS, Amenra, Triggerfinger, Girls in Hawaii, An Pierlé, Baloji, Balthazar,... zijn graag geziene gasten op (Zuid-) Franse podia. En dan is er natuurlijk nog Stromae. Hij is in Frankrijk (bijna) groter dan Lady Gaga en andere Madonnaklonen.
Zelfs de documentaire film "
The sound of Belgium" van Jozef Devillé die enkele maanden geleden uitkwam werd onlangs in Toulouse vertoond. Een film over het ontstaan en de hoogdagen van de Belgische New Beat. Een aanrader voor iedereen die New Beat belachelijk vond in de jaren '80.
Ah ja, ook voor onze Nederlandse fans valt er wat te rapen: Within Temptation en Jacco Gardner komen zowat een keer per jaar langs.
Allen hierheen, zouden we zeggen.