De diversiteit van Gran Canaria zit hem niet alleen in de natuur, ook de bevolking is anders. In Gran Canaria zijn er nog echte beroepen. Mensen die huizen bouwen, bananen kweken of lood gieten. In Fuerteventura werkt bijna iedereen in het toerisme.
Ook de toeristen zelf verschillen behoorlijk. In Gran Canaria ben je zo'n beetje op jezelf aangewezen en er wordt nauwelijks Engels gesproken door de inboorlingen. Op Fuerteventura is de voertaal Cockney Engels. Op Gran Canaria lopen toeristen rond die zich min of meer moeten behelpen met hun tapas-Spaans, in Fuerteventura is 90% van de toeristen op en top Engels. Dat betekent gigantische blote bierbuiken met bijhorende mum-tatoeages in de supermarkt, moeders die voortdurend tegen hun kinderen krijsen, proppers die je luidkeels in minderwaardige eettenten proberen binnen te lokken en - zoals in een vorige blog post aangehaald - een absoluut gebrek aan respect voor smakelijk eten. De restaurants die fish and chips and mushy peas op de kaart hebben zitten boordevol, de restaurants die rosé tonijn voorschotelen worden afgekraakt.
Je merkt trouwens meteen dat Fuerteventura veel toeristischer is als je de horeca bekijkt. Op Gran Canaria drink je een pintje voor 1,20 euro en schotelen ze je een berg levende verse vis voor voor 10 euro, op Fuerteventura kost alles minstens de helft meer.
Kortom, Gran Canaria is een topper, Fuerteventura is meh.
Gran Canaria
Fuerteventura































