Hopla, het is al april. Aha! Begin maart trokken we na onze IJslandreis nog een paar dagen naar Oostende, stad aan de kust, met de (schoon)familie. Er was buffet met spek en eiers 's morgens en buffet met vanalles 's avonds. Zoals het goede Vlamingen betaamt haalden we daar onze winst uit. De terugrit naar Ornaisons werd stiekem culinair gesponsord door het hotel.
Vlak voor ons vertrek naar IJsland was het trouwens weer groot weeralarm in de regio. We beginnen het ondertussen te kennen: het regent veel en lang. De Aussou achter ons huis bleef dit keer netjes binnen haar oevers. Dat was fijn, want - volgens zij die het kunnen weten - is er die dag meer neerslag gevallen dan in het rampzalige jaar des heren 1999. Toen stond de halve Aude blank en verdronken tientallen mensen. 1999 is élke keer de referentie als het water een beetje omhoog komt. Er bestaan zelfs hele
studies over de intempéries van 1999. Naar het schijnt was het in 1934 nóg erger. Dat wist buurman Jackie te vertellen. Maar dat had hij natuurlijk niet zelf meegemaakt. Hij was toen nog niet geboren.
De jarenlange werken aan de oevers en potpolders beginnen hun vruchten af te werpen. Een fijn gevoel is het nog altijd niet, maar we weten tenminste dat de kans op een grote overstroming een klein pakje kleiner geworden is. Op het filmpje dat
Meteo Languedoc maakte, zie je een dorp in de buurt: Sallèles-d'Aude. Daar laten ze het volledige omringende land onderlopen. Het dorp zelf hield de voeten droog. De bewoners althans. Dorpen hebben geen voeten.
Eind goed al goed.
Toen we enige tijd in Frankrijk woonden begon ik te werken in een restaurant. Het was de bedoeling om tijdelijk wat extra loon te verdienen tijdens onze verbouwingen. Werken opent vele deuren. Waar veel buitenlanders ontzettend veel problemen hebben om allerlei documenten in orde te krijgen, lukt dat met een job meteen. En je bouwt stempelrecht op, ook handig in noodgevallen. Zelfstandig zijn is plezant, maar als er niemand in je huis komt logeren komt er ook geen geld binnen natuurlijk. Dat werken is mij zo bevallen (kuch) dat ik dat nog eens ga doen. Vanaf half mei start ik bij een
fietsverhuurbedrijf als factotum. Fietsen herstellen, verhuur regelen, etc. Fietsen is en zijn plezant. Als ik mij niet vergis is dat een zeugma. Ik kan mij vergissen.
Er is er nog eentje in huis die een job versierd heeft. In de Aude is tijdens de zomer evenveel werk als er tijdens de winter niet is. Gedurende een maand of 6 per jaar is de werkgelegenheid hier nagenoeg 100%, in de winter zit een derde thuis met zijn vingers te draaien. Wendie ging ondertussen aan de slag als onthaalmedewerkster in een
camping. Een Franse camping met een Nederlandstalig deel aan hun website en waar men dan verwonderd is dat Nederlanders in het Nederlanders e-mailtjes sturen. Talenkennis is een absolute troef in een land waar de helft van de bevolking nauwelijks de eigen taal beheerst.
Dat betekent dat bibi uitbater wordt van de B&B. In praktijk althans. Elke ochtend fietsen herstellen, elke namiddag poetsen en gasten ontvangen. Het wordt een drukke zomer.
U vergeeft het ons dat het vanaf nu heel wat stiller wordt op deze pagina's.